ECLI:NL:CRVB:2011:BT7255
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen indicatiebesluit AWBZ wegens termijnoverschrijding
Appellant, met een verstandelijke beperking, was tot en met 31 december 2009 geïndiceerd voor een persoongebonden budget (pgb) voor ondersteunende begeleiding. Na een nieuwe indicatie van CIZ per 1 januari 2010, waarbij de zorgklasse werd verlaagd, maakte appellant bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd niet tijdig ingediend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat de gewijzigde indicatie financieel nadelig was, en dat het afwachten van het pgb-besluit voor eigen risico was.
In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak. De Raad overwoog dat de wettelijke termijn van zes weken strikt geldt en dat het afwachten van de financiële consequenties van het indicatiebesluit niet leidt tot een verschoonbare termijnoverschrijding. Appellant had tijdig bezwaar kunnen maken en dit later intrekken indien nodig.
De Raad concludeerde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het indicatiebesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.