ECLI:NL:CRVB:2011:BT7354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling beperkingen en passende functies
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering door het Uwv, waarbij zij stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen en dat zij de geduide functies niet kon vervullen. Na een eerdere procedure waarbij een deskundige werd geraadpleegd, stelde het Uwv een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst op met een urenbeperking.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens onzorgvuldig medisch onderzoek, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellante de functies kon vervullen. In hoger beroep stelde appellante dat haar concentratieproblemen, paniekstoornis en agorafobie haar werkvermogen verder beperkten, terwijl het Uwv aangaf dat alleen de beperkingen met medische onderbouwing waren meegenomen.
De Raad oordeelde dat de deskundigenrapportage niet ondersteunt dat appellante geheel niet kan werken, maar wel dat er beperkingen zijn en een hoge drempel tot werkhervatting. Het oordeel van het Uwv dat de functies passend zijn, wordt onderschreven. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de geduide functies passend zijn ondanks de beperkingen van appellante.