ECLI:NL:CRVB:2011:BT7362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis zonder rekening te houden met persoonlijke omstandigheden
Appellant vroeg een WW-uitkering aan na werkloosheid per 11 januari 2010. Het UWV wees dit af omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken in de voorafgaande 36 weken. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV gebonden was aan de wettelijke referte-eis en geen ruimte had om persoonlijke omstandigheden mee te wegen. Dit oordeel werd bevestigd in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep.
De Raad benadrukte het dwingendrechtelijke karakter van artikel 17 van Pro de WW, waardoor het UWV geen discretionaire bevoegdheid heeft om af te wijken van de referte-eis. Hierdoor kon geen rekening worden gehouden met de nadelige persoonlijke financiële situatie van appellant. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd omdat appellant niet voldeed aan de referte-eis en persoonlijke omstandigheden niet meewegen.