ECLI:NL:CRVB:2011:BT7364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering IOAW-uitkering wegens pensioen- en Anw-inkomsten
Appellante ontving een IOAW-uitkering die door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen met terugwerkende kracht werd herzien vanwege niet opgegeven inkomsten uit een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) en een bijzonder nabestaandenpensioen. Het College vorderde de teveel ontvangen bedragen terug, waarop appellante bezwaar maakte, maar de rechtbank verklaarde deze bezwaren ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat er onterecht geen rekening was gehouden met het feit dat zij in februari en maart 2007 geen IOAW-uitkering had ontvangen en dat deze niet-uitbetaling niet het gevolg was van verrekening met pensioeninkomsten. Tevens deed zij een beroep op dringende redenen om terugvordering te voorkomen.
De Raad stelde vast dat de niet-uitbetaling van de IOAW-uitkering in genoemde maanden het gevolg was van verrekening met pensioeninkomsten die appellante niet met objectieve en verifieerbare gegevens had betwist. Ook waren er geen feiten of omstandigheden die rechtvaardigden om op grond van de relevante IOAW-artikelen van terugvordering af te zien.
Daarom verklaarde de Raad de hoger beroepen ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraken van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van teveel ontvangen IOAW-uitkeringen wegens niet opgegeven pensioen- en nabestaandeninkomsten.