ECLI:NL:CRVB:2011:BT7449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV dat zij per 24 maart 2009 geschikt werd geacht voor arbeid en daarom geen recht meer had op een Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat de medische gegevens geen aanwijzingen bevatten dat de vastgestelde geschiktheid onjuist was of dat het onderzoek onzorgvuldig was.
De Raad ging in hoger beroep niet mee met de stellingen van appellante die niet waren onderbouwd met nieuwe medische gegevens. Ook de verklaring van de zus van appellante werd onvoldoende geacht om het oordeel te wijzigen. De Raad vond geen aanleiding om een deskundige te benoemen, ook niet vanwege een vermeende verstoorde verstandhouding tussen appellante en de verzekeringsarts.
Uiteindelijk bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 oktober 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.