Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2011:BT7452

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/2379 WW + 11/76 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV; proceskosten en schadevergoeding

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Assen betreffende een WW-zaken. Het UWV heeft vervolgens op 30 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij het tegemoet is gekomen aan appellant. Hierdoor heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van proceskosten en geleden schade.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming kan worden veroordeeld tot schadevergoeding en kostenvergoeding. De Raad interpreteert het verzoek tot schadevergoeding als restitutie van onverschuldigde betalingen vermeerderd met wettelijke rente.

Omdat het UWV reeds een bedrag van € 14.959,55 plus rente heeft toegezegd aan appellant, ziet de Raad geen aanleiding voor verdere schadevergoeding. Wat betreft proceskosten wijst de Raad op eerdere vergoeding in bezwaar en begroot de kosten voor beroep en hoger beroep op € 966,--, die het UWV moet vergoeden. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen, het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt toegewezen.

Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 966,--.

Uitspraak

09/2379 WW + 11/76 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Assen van 24 maart 2009, 08/673 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 12 oktober 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.J. Klinkert, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 30 december 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar afgegeven.
Bij brief van 19 mei 2011 heeft mr. Klinkert namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de geleden schade.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad vat het verzoek van appellant om het Uwv te veroordelen tot schadevergoeding op als een verzoek om het Uwv te veroordelen tot restitutie aan hem van het bedrag dat hij te veel aan het Uwv heeft terugbetaald, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag. In het besluit van 30 december 2010 heeft het Uwv appellant reeds toegezegd hem een bedrag van € 14.959,55 als onverschuldigd betaald te zullen vergoeden, met de wettelijke rente over dat bedrag. Gelet hierop ziet de Raad geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:73a van de Awb.
Wat betreft de proceskosten staan, nu in het besluit op bezwaar van 20 juni 2008 al is besloten tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten, de Raad nog slechts ter beoordeling de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten.
Deze worden ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 966,--.
Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2011.
(get.) B.M. van Dun.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen
JL