ECLI:NL:CRVB:2011:BT7476
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering ondanks medische klachten en WSW-indicatie
Appellante, werkzaam als schoonmaakster/toezichthoudster, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Na onderzoek door de bedrijfsarts en bezwaarverzekeringsarts werd vastgesteld dat haar beperkingen niet ernstig genoeg waren om haar arbeid te verhinderen. Het UWV weigerde daarom haar Ziektewetuitkering.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij lijdt aan het carpaaltunnel syndroom en dat relevante medische rapportages niet waren meegenomen. Zij overhandigde aanvullende medische informatie, waaronder van een neurochirurg en haar huisarts. De Raad oordeelde echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de aanvullende informatie onvoldoende aanleiding gaf om het standpunt van de verzekeringsartsen te wijzigen.
De Raad benadrukte dat de WSW-indicatie niet doorslaggevend is voor de beoordeling van arbeidsongeschiktheid en dat de criteria verschillen. Omdat niet is gebleken dat de verzekeringsartsen niet over alle relevante gegevens beschikten, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering aan appellante.