ECLI:NL:CRVB:2011:BT7613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante diende op 25 februari 2010 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) als alleenstaande ouder. Tijdens de intake gaf zij aan niet langer op het adres in de gemeentelijke basisadministratie te wonen, maar bij twee oudere personen in te wonen zonder toestemming om het verblijfadres te delen of zich daar in te schrijven.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag op 16 april 2010 af wegens schending van de inlichtingenverplichting volgens artikel 17 WWB Pro, omdat appellante geen duidelijkheid gaf over haar verblijfadres. Het bezwaar werd op 21 mei 2010 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit besluit op 2 september 2010.
In hoger beroep stelde appellante dat zij open en eerlijk was geweest en dat zij haar verblijfadres niet kon prijsgeven zonder het risico te lopen haar verblijfplaats te verliezen. Zij beriep zich op artikel 16 WWB Pro en artikel 4:84 Awb Pro. De Raad oordeelde dat controleerbare gegevens over het verblijfadres essentieel zijn om het recht op bijstand vast te stellen. Omdat appellante weigerde deze te verstrekken, schond zij haar inlichtingenverplichting. Het beroep op artikel 16 WWB Pro faalde omdat niet was aangetoond dat zij geen recht op bijstand had op grond van de relevante artikelen 11 tot en met 15 WWB.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.