ECLI:NL:CRVB:2011:BT7629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bruikleenauto op grond van Wmo wegens voldoende mobiliteit
Appellant vroeg op 14 februari 2008 een financiële tegemoetkoming en een bruikleenauto aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het College van burgemeester en wethouders van Utrecht vroeg advies aan het CIZ, dat concludeerde dat appellant, ondanks een chronische aandoening en verminderd gezichtsvermogen, onder begeleiding circa 50 meter kan lopen en met taxi of regiotaxi kan reizen.
Het College kende de financiële tegemoetkoming toe, maar wees de aanvraag voor een bruikleenauto af. Dit besluit werd door appellant aangevochten, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het medisch advies onzorgvuldig was en dat hij niet in staat was de loopafstand te overbruggen. Hij overlegde een brief van zijn huisarts met medische diagnosen.
De Raad oordeelde dat het College terecht het CIZ-advies als basis nam, dat niet onzorgvuldig tot stand was gekomen. De medische stukken ondersteunden niet dat appellant de afstand niet kon lopen, mede omdat appellant zelf had aangegeven deze afstand met hulp kan afleggen. De Raad bevestigde daarom het besluit tot afwijzing van de bruikleenauto en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De aanvraag voor een bruikleenauto wordt afgewezen omdat appellant in staat is 50 meter te lopen naar collectief vervoer.