ECLI:NL:CRVB:2011:BT7646
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag hulp bij het huishouden op grond van Wmo wegens ontbreken overbelasting
Appellant, meervoudig gehandicapt en rolstoelafhankelijk, vroeg een individuele voorziening voor hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze aanvraag werd afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel, omdat uit het CIZ-rapport bleek dat de moeder van appellant in staat was de huishoudelijke taken, inclusief extra werkzaamheden door de handicap van appellant, te verrichten.
De moeder stelde dat zij te zwaar belast was, maar deze stelling werd niet onderbouwd met objectiveerbare gegevens en was bovendien niet consistent met haar eerdere verklaring dat zij de huishoudelijke taken zou blijven verrichten als een persoonsgebonden budget (PGB) werd toegekend. De Raad liet in het midden of de broer van appellant een bijdrage aan de huishoudelijke verzorging moet leveren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad hanteerde de richtlijnen van de Wmo en het Protocol Gebruikelijke Zorg, waarbij gebruikelijke zorg de normale zorg is die binnen een gezin wordt verwacht. Omdat geen sprake was van overbelasting, was er geen aanspraak op de gevraagde voorziening.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en deed de uitspraak in het openbaar op 5 oktober 2011.
Uitkomst: De aanvraag voor hulp bij het huishouden wordt afgewezen wegens ontbreken van overbelasting van de zorgverleners.