ECLI:NL:CRVB:2011:BT8304
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekering ANW bij remigratie
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot in 2002. Haar echtgenoot was in 1991 met een remigratie-uitkering naar Marokko vertrokken en was ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd voor de ANW.
De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot niet verzekerd was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er geen aanspraak op de uitkering kon worden gemaakt, ook niet op grond van het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko. Tevens werd het beroep op het vertrouwensbeginsel verworpen omdat de Svb geen rechtsplicht heeft om personen die remigreren te attenderen op vrijwillige verzekering.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt over het vertrouwensbeginsel. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde dat de echtgenoot niet verzekerd was en dat de Svb niet verplicht is tot attendering op vrijwillige verzekering bij remigratie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de nabestaandenuitkering bevestigd.