ECLI:NL:CRVB:2011:BT8689
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding hoortoestellen voor co-assistent zonder dienstbetrekking
Appellante, een co-assistent geneeskunde met een auditieve beperking, vroeg het UWV om vergoeding van het niet vergoede deel van haar hoortoestellen. Het UWV wees dit verzoek af omdat zij geen arbeid in dienstbetrekking verrichtte. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt dat de hoortoestellen vrijwel uitsluitend voor de werksituatie waren bedoeld en dat zij daarom recht had op vergoeding op grond van artikel 35 Wet Pro WIA en het Reïntegratiebesluit. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de Wet WIA aansluiting zoekt bij de definitie van dienstbetrekking in de Ziektewet, waarbij een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking vereist is.
Omdat appellante geen loon ontving en haar werkzaamheden als co-assistent niet als een privaatrechtelijke dienstbetrekking konden worden aangemerkt, voldeed zij niet aan de wettelijke eis. Het Reïntegratiebesluit biedt geen grondslag om het begrip dienstbetrekking ruimer te interpreteren. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek af.
Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2011.
Uitkomst: De aanvraag voor vergoeding van hoortoestellen werd afgewezen omdat appellante geen arbeid in dienstbetrekking verrichtte.