ECLI:NL:CRVB:2011:BT8796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.M. van Dun
- H.L. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkeer besluit intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
De appellant verzocht het UWV om terug te komen op het besluit van 12 februari 1985 tot intrekking van zijn WAO-uitkering per 1 maart 1985. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe medische feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de diagnose familiaire middellandsezeekoorts (FMF) die in 1985 werd gesteld, niet per se nieuw is, omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of deze diagnose ten tijde van het oorspronkelijke besluit al bekend was. Bovendien is voor de toepassing van de WAO niet de diagnose zelf, maar de daaruit voortvloeiende beperkingen van belang.
De appellant bracht geen nieuwe gegevens over zijn beperkingen in, en de bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat appellant zijn hele leven al bekend was met FMF. Daarom was het UWV bevoegd om het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering terugkeer intrekking WAO-uitkering wordt bevestigd.