ECLI:NL:CRVB:2011:BT8816
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake indicatiestelling persoonlijke verzorging AWBZ
Appellanten, de erven van betrokkene, hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Assen die het bezwaar tegen het besluit van het CIZ ongegrond verklaarde. Betrokkene had verzocht om aanpassing van de indicatie voor persoonlijke verzorging op grond van de AWBZ vanwege een verslechterde medische situatie. Het CIZ had de indicatie vastgesteld op persoonlijke verzorging klasse 8 plus additionele zorg, waarbij de medisch adviseur geen aanleiding zag af te wijken van de gehanteerde normtijden.
De rechtbank oordeelde dat appellanten niet met objectieve, verifieerbare gegevens hadden aangetoond dat de indicatiestelling niet aansloot bij de feitelijke zorgbehoefte. De Centrale Raad van Beroep heeft bij hoger beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd en de aangevallen uitspraak bekrachtigd. De Raad zag geen aanleiding om anders te oordelen op basis van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting.
De Raad heeft tevens geen aanleiding gezien om appellanten te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 oktober 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellanten niet met objectieve gegevens hebben aangetoond dat de indicatiestelling niet aansloot bij de feitelijke zorgbehoefte.