ECLI:NL:CRVB:2011:BT8927

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3602 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:24 AwbArt. 8:54 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet tijdig indienen gronden

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage. Volgens artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht dient het beroepschrift de gronden van het beroep te bevatten. Het beroepschrift van appellant bevatte deze gronden echter niet.

De gemachtigde van appellant is meerdere malen in de gelegenheid gesteld om dit te herstellen en heeft uitstel gekregen tot 19 augustus 2011, later verlengd tot 19 september 2011. De gronden zijn echter pas op 21 september 2011 ontvangen, nadat de termijn was verstreken.

Omdat appellant geen verontschuldigbare redenen heeft aangevoerd voor deze termijnoverschrijding, verklaart de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 oktober 2011.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de gronden van het beroep.

Uitspraak

11/3602 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 18 mei 2011, 10/5704 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage
Datum uitspraak: 18 oktober 2011
I. PROCESVERLOOP
Mr. E.R. Schenkhuizen, advocaat te ’s-Gravenhage, heeft namens appellant hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
II. OVERWEGINGEN
In artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht, is bepaald dat het beroepschrift de gronden van het beroep dient te bevatten. Ingevolge artikel 6:24 van Pro de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Het ingediende beroepschrift bevat echter geen gronden.
Bij brief van 24 juni 2011 is mr. E.R. Schenkhuizen, voornoemd, namens appellant in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
Bij fax van 22 juli 2011 heeft voornoemde gemachtigde verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden waarop het hoger beroep berust. Uitstel is verleend tot en met 19 augustus 2011. Bij fax van 19 augustus 2011 heeft voornoemde gemachtigde wederom verzocht om uitstel. Bij aangetekende brief van 22 augustus 2011 heeft de Raad vier weken uitstel verleend om de gronden van het hoger beroep in te dienen met de mededeling dat nader uitstel niet zal worden verleend. Tevens is erop gewezen dat overschrijding van de termijn van uitstel tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep kan leiden.
De gemachtigde heeft bij per fax verzonden brief van 19 september 2011 de gronden waarop het hoger beroep berust ingediend. Blijkens het fax-journaal is deze fax op 21 september 2011 bij de Raad ingekomen. De termijn voor het bij de Raad indienen van de gronden, was toen gezien bovenstaande reeds overschreden.
Nu niet is gebleken van redenen die een verontschuldiging vormen voor dit verzuim, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J.J.A. Kooijman, in tegenwoordigheid van P.N. Rijnsewijn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 oktober 2011.
(get.) J.J.A. Kooijman.
(get.) P.N. Rijnsewijn.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen en (andere) belanghebbenden binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.