ECLI:NL:CRVB:2011:BT8954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1996 een WAO-uitkering die het UWV per 22 februari 2008 introk vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank ’s-Hertogenbosch vernietigde het besluit op bezwaar, omdat het psychiatrisch onderzoek pas in hoger beroep was gedaan, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante stelde in hoger beroep dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar medische beperkingen en vroeg om een onafhankelijke deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts in meerdere rapporten voldoende had toegelicht waarom de door appellante overgelegde psychotherapeutische rapporten niet leidden tot meer beperkingen. Bovendien was appellante op het moment van het besluit niet onder behandeling van een psycholoog of psychiater en had zij geen psychische klachten gemeld aan de verzekeringsarts. De Raad zag daarom geen reden om een deskundige te raadplegen.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 oktober 2011 door I.M.J. Hilhorst-Hagen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.