ECLI:NL:CRVB:2011:BT8964
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit en juiste functionele beperkingen
Appellant verzocht om een WIA-uitkering, die door het UWV aanvankelijk werd geweigerd omdat hij volgens een arbeidsdeskundig rapport meer dan 65% van zijn oude loon kon verdienen. Na bezwaar en aanvullend medisch onderzoek, waaronder een rapport van een cardioloog, werd de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aangepast, maar de beperkingen bleven beperkt tot een beperkte inspanningstolerantie zonder cognitieve beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het oorspronkelijke besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het gewijzigde besluit ongegrond. De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat de belasting van de geduide functies binnen de belastbaarheid van appellant bleef. Appellant voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt te zijn, met extra beperkingen en onvoldoende opleiding voor de functies, maar leverde geen nieuwe medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de vastgestelde beperkingen in de FML juist waren en dat appellant voldoet aan de opleidingseisen, mede door zijn technische universitaire opleiding. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.