ECLI:NL:CRVB:2011:BT8974

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-5424 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAJONG-uitkering bij ME/CVS zonder urenbeperking

Appellante heeft op 16 februari 2009 een WAJONG-uitkering aangevraagd, welke door het UWV is geweigerd omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was geweest en minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht vanaf 27 januari 2004.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medische onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief een psychiatrische expertise en toetsing volgens het protocol CVS. De beperkingen in verband met ME/CVS waren in aanmerking genomen en er was geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige.

In hoger beroep voerde appellante aan dat sprake was van een complex ziektebeeld met negen diagnoses en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, waaronder een urenrestrictie. Zij overlegde een brief van een internist ter onderbouwing.

De Raad oordeelde dat de nieuwe argumenten niet tot een ander oordeel leiden dan de rechtbank en dat de brief van de internist niet relevant was voor de peildatum. Het rapport van de bezwaarverzekeringsarts bevestigde dat de diagnose ME/CVS was meegenomen en dat geen extra beperkingen of urenbeperking nodig waren.

Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WAJONG-uitkering bevestigd.

Uitspraak

10/5424 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 26 augustus 2010, 10/53 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 21 oktober 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. K. Houtsma, advocaat te Roermond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het geschil is ter behandeling aan de orde gesteld op 23 september 2011, waar geen van beide partijen is verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante, geboren op 27 januari 1986, heeft op 16 februari 2009 een uitkering aangevraagd ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Bij besluit van 5 juni 2009 heeft het Uwv geweigerd haar die uitkering toe te kennen omdat zij vanaf haar zeventiende verjaardag niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt is geweest en zij in elk geval vanaf 27 januari 2004, minder dan 25% arbeidsongeschikt is.
1.2. Bij besluit op bezwaar van 9 december 2009 heeft het Uwv het hiertegen ingediende bezwaar ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 9 december 2009 ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het medische onderzoek voldoende uitgebreid en zorgvuldig is geweest. Er is een psychiatrische expertise verricht. Er is conform het protocol CVS getoetst. Met de beperkingen in verband met ME/CVS is rekening gehouden. De rechtbank ziet onvoldoende aanknopingspunten voor de stelling van appellante dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met haar beperkingen. Er is dan ook geen reden om een deskundige in te schakelen. De bezwaararbeidsdeskundige heeft gemotiveerd waarom de drie resterende functies de belastbaarheid van appellante niet overschrijden.
3. In hoger beroep heeft appellante opnieuw verzocht om een onafhankelijke deskundige te raadplegen. Zij heeft aangegeven dat ten aanzien van haar negen diagnoses zijn gesteld, ten gevolge waarvan zij forse lichamelijke klachten ondervindt. Er is sprake van een complex ziektebeeld en er is te weinig rekening gehouden met haar medische beperkingen. Het Proctocol CVS is door het Uwv niet in acht genomen. Appellante is ten slotte van mening dat een urenrestrictie dient te worden aangenomen. Ter ondersteuning van haar standpunt heeft zij een brief van internist dr. L. Henckaerts van 15 oktober 2010 overgelegd.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de bepalingen van de Wajong, zoals die luidden tot 1 januari 2010.
4.3. Hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd bevat, in vergelijking met haar stellingname in eerste aanleg, geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan het in de aangevallen uitspraak neergelegde oordeel van de rechtbank. De rechtbank is ingegaan op alle door appellante aangevoerde gronden en heeft gemotiveerd aangegeven waarom die gronden niet slagen. De Raad kan zich daarmee verenigen. De Raad merkt verder op dat uit de brief van de huisarts blijkt dat er geen lichamelijke oorzaak voor de vermoeidheidsklachten van appellante is gevonden. De Raad voegt daar aan toe dat ook de brief van de internist niet leidt tot een andere conclusie. Deze brief ziet op de situatie in 2010 en niet op de datum in geding, 27 januari 2004. De Raad verwijst voorts naar het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 26 november 2010, waarin wordt gereageerd op de brief van de internist. Daarin is aangegeven dat wel degelijk is uitgegaan van de diagnose ME/CVS, dat daarvoor beperkingen zijn aangenomen en dat er geen reden is om meer beperkingen of een urenbeperking aan te nemen. De Raad acht deze reactie duidelijk en overtuigend.
5.1. Het hoger beroep slaagt niet.
5.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2011.
(get.) I.M.J. Hilhorst-Hagen.
(get.) K.E. Haan.