ECLI:NL:CRVB:2011:BU1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling beperkingen en functies
Appellant, werkzaam als mecanicien, ontving sinds 2001 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Na herbeoordelingen en medische expertise werd de uitkering in 2006 ingetrokken per 24 december 2006 op basis van het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (aSb). Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, stellende dat zijn psychische beperkingen waren onderschat.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordelingen, waarbij appellant per 22 februari 2007 in staat werd geacht bepaalde functies te vervullen. In hoger beroep werd aangevoerd dat het UWV geen uitlooptermijn had gehanteerd en dat de beperkingen verder gingen dan aangenomen. Na een nieuw besluit van het UWV werd de intrekking met een uitlooptermijn per 8 februari 2008 vastgesteld.
De Raad oordeelt dat de medische beoordeling juist is en dat de beperkingen adequaat zijn meegenomen. De arbeidskundige grondslag en geschiktheid van de voorgehouden functies zijn voldoende gemotiveerd. De Raad vernietigt het eerdere vonnis, verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond en tegen het tweede besluit ongegrond, en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 8 februari 2008. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Intrekking WAO-uitkering per 8 februari 2008 bevestigd met vergoeding van proceskosten aan appellant.