ECLI:NL:CRVB:2011:BU1749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geschiktheid voor arbeid ondanks gestelde paprika-allergie in Ziektewetzaak
Appellante, voormalig tuinbouwmedewerker, kreeg een uitkering op grond van de Werkloosheidswet die eindigde in december 2008. Zij meldde zich ziek in januari 2009 en stelde dat haar ziekte al in oktober 2008 was ingetreden. Een verzekeringsarts verklaarde haar per januari 2009 geschikt voor arbeid. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna een bezwaarverzekeringsarts haar medisch onderzocht en het bezwaar ongegrond verklaarde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij alle klachten waren beoordeeld. De rechtbank vond dat appellante onvoldoende medische informatie had overgelegd om haar paprika-allergie als belemmering voor arbeid aan te tonen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar klachten, waaronder instabiele astma en paprika-allergie. De Centrale Raad van Beroep stemde in met de rechtbank en het Uwv, oordeelde dat de beperkingen van appellante geen belemmering vormen voor arbeid en dat de paprika-allergie niet was aangetoond. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor arbeid en wijst het hoger beroep af.