ECLI:NL:CRVB:2011:BU1907
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid na diagnose stoornis van Asperger
Appellant, die sinds september 2000 psychische klachten heeft en een WAO-uitkering ontvangt, verzocht om herkeuring na de diagnose stoornis van Asperger in 2007. Het UWV handhaafde de mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55%, waarop appellant bezwaar maakte. De rechtbank onderschreef het besluit van het UWV en oordeelde dat niet de diagnose, maar de beperkingen bepalend zijn voor de belastbaarheid.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen werden onderschat en dat een lichamelijk onderzoek nodig was. De Raad overwoog dat het vaststellen van een diagnose niet automatisch zwaardere beperkingen betekent en dat de verzekeringsarts de beperkingen adequaat had beoordeeld. De bezwaarverzekeringsarts had rekening gehouden met de dysthyme stoornis en Asperger zonder aanleiding voor zwaardere beperkingen.
De Raad concludeerde dat appellant geen adl-afhankelijkheid vertoont en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De psychologische en psychiatrische rapporten uit een strafzaak waren niet relevant voor de datum van beoordeling. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de mate van arbeidsongeschiktheid blijft ongewijzigd vastgesteld op 45-55%.