ECLI:NL:CRVB:2011:BU1920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid ondanks voet- en rugklachten
Appellant, werkzaam als medewerker tuinbouw, meldde zich ziek vanwege klachten aan zijn voeten en rug en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV trok deze uitkering in met ingang van 21 juli 2009, omdat appellant volgens medisch onderzoek geschikt was om zijn werk te hervatten. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep, stellende dat zijn beperkingen groter waren dan erkend.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd om extra beperkingen aan te tonen. Verzekeringsartsen bevestigden wel beperkingen door voet- en rugklachten, maar het UWV toonde aan dat met het juiste schoeisel werken mogelijk is. De Raad sluit zich aan bij de rechtbank en ziet geen reden om het besluit te vernietigen.
Ook is er geen grond voor schadevergoeding of proceskostenvergoeding aan appellant toe te kennen. De uitspraak bevestigt daarmee de eerdere beslissing dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor zijn arbeid.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld omdat hij geschikt is voor zijn werk met aangepast schoeisel.