ECLI:NL:CRVB:2011:BU1942
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellant voerde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die het bezwaar tegen een besluit van het College ongegrond verklaarde. Het College had bijstand verleend aan betrokkene en vermoedde dat appellant en betrokkene een gezamenlijke huishouding voerden, hetgeen gevolgen had voor de bijstandsverlening.
De Raad baseerde zich op het nadere onderzoek van de sociale recherche, waaronder verklaringen van betrokkene en appellant zelf, alsmede getuigenverklaringen van buurtbewoners en een voorzitter van de vereniging van eigenaren. Deze verklaringen toonden aan dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene gedurende de relevante periode.
Appellant stelde dat het College onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn woonsituatie, maar de Raad oordeelde dat het onderzoek voldoende was en dat de bevindingen een goede grondslag boden voor het standpunt van het College. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant zijn hoofdverblijf bij betrokkene had en verklaart het hoger beroep ongegrond.