ECLI:NL:CRVB:2011:BU1984
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewetuitkering per 28 oktober 2008 te beëindigen wegens geschiktheid voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusie dat appellante geschikt was voor haar werk kon dragen.
In hoger beroep stelde appellante dat de uitspraak onzorgvuldig tot stand was gekomen omdat haar gemachtigde wegens autopech niet aanwezig was bij de zitting, waardoor haar belangen niet adequaat waren behartigd. De Raad overwoog dat noch appellante noch haar gemachtigde een verzoek om uitstel had ingediend, waardoor de rechtbank geen uitstel kon verlenen.
De Raad concludeerde dat het ontbreken van de gemachtigde geen reden was om het oordeel van de rechtbank te verwerpen, temeer daar appellante zelf wel aanwezig was. Er waren geen andere gronden aangevoerd tegen het bestreden besluit. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.