ECLI:NL:CRVB:2011:BU2067
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van eigen bijdrage AWBZ zonder vereiste kostenverhouding met individuele zorg
Appellant betwistte de vaststelling van zijn eigen bijdrage voor zorg op grond van de AWBZ, stellende dat deze bijdrage onrechtmatig is omdat er geen verband bestaat tussen de hoogte van de bijdrage en de kosten van de individuele zorg die hij ontvangt. Tevens voerde appellant aan dat een wettelijke grondslag voor de bijdrage ontbreekt.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen het uitblijven van beslissingen niet-ontvankelijk en verwierp de beroepen tegen beslissingen op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de rechter de keuzes van de wetgever moet respecteren en dat de aangevoerde verdragsbepalingen geen directe werking hebben die de AWBZ-regelgeving kunnen schaden.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de standpunten van appellant opnieuw beoordeeld. De Raad concludeert dat noch de tekst van artikel 6, vierde lid, AWBZ, noch de toelichting of geschiedenis van de wet een grondslag bieden voor de stelling dat de eigen bijdrage in verhouding moet staan tot de kosten van de individuele zorg. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 oktober 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de vastgestelde eigen bijdrage wordt bevestigd.