ECLI:NL:CRVB:2011:BU2138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning tegemoetkoming kosten onderhoud gehandicapte zoon op grond van TOG 2000
Appellanten vroegen een tegemoetkoming in de onderhoudskosten van hun zoon, die lijdt aan DCD, op grond van de Regeling tegemoetkoming thuiswonende gehandicapte kinderen 2000 (TOG 2000). De SVB wees de aanvraag af omdat volgens medisch advies de zoon niet aanzienlijk meer afhankelijk was van verzorging dan een gezond kind van dezelfde leeftijd. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep stelden appellanten dat op de aspecten gedrag en communicatie een hogere score toegekend moest worden, wat zou leiden tot het vereiste minimum aantal punten voor de tegemoetkoming. De Raad stelde vast dat de peildatum voor beoordeling 1 januari 2008 moest zijn en dat de zoon op die datum 5 jaar was, waarvoor minimaal 12 punten vereist zijn.
De Raad oordeelde dat op het aspect gedrag terecht een punt toegekend moest worden vanwege de diagnose DCD en bijbehorende gedragsproblemen, ook al was er geen formele gedragsdiagnose. Voor communicatie was geen punt toegekend omdat kenmerken van PDD-NOS zonder formele diagnose onvoldoende zijn. Hierdoor werd het minimum aantal punten van 12 bereikt, waardoor appellanten recht hebben op de tegemoetkoming vanaf 1 januari 2008.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en het besluit op bezwaar, herroept het oorspronkelijke besluit en veroordeelt de SVB in de proceskosten. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellanten vergoed.
Uitkomst: Appellanten krijgen met ingang van 1 januari 2008 recht op tegemoetkoming in de onderhoudskosten van hun zoon op grond van de TOG 2000.