ECLI:NL:CRVB:2011:BU2990

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-5903 AWBZ-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding ongegrond verklaard

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank, maar het hogerberoepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Appellante stelde in het verzet dat een familielid belast met de procedure de taak niet goed had uitgevoerd, waardoor de termijn werd overschreden.

De Raad oordeelde dat de gevolgen van het handelen of nalaten van derden in beginsel voor rekening komen van degene die de belangen aan deze derden heeft toevertrouwd. Dit betekent dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is. Het verzet is daarom ongegrond verklaard.

Partijen waren niet aanwezig bij de zitting waarin het verzet werd behandeld. De Raad zag geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten van het verzet. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van termijnen in bestuursrechtelijke procedures en de verantwoordelijkheid van partijen voor de juiste behartiging van hun belangen.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard vanwege termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/5903 AWBZ-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 15 september 2010, 09/6437 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
Zorgkantoor Haaglanden
Datum uitspraak: 1 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 18 mei 2011 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 18 mei 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 september 2011, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 18 mei 2011 berust op de overwegingen dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was
27 oktober 2010. De enveloppe waarin het hogerberoepschrift is verzonden draagt het poststempel van 29 oktober 2010. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad moet er, behoudens tegenbewijs, van worden uitgegaan dat het op die dag ter post is bezorgd. Daarmee staat vast dat sprake is van termijnoverschrijding.
In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij de afhandeling van de procedure had overgedragen aan een familielid. Door omstandigheden heeft dat familielid zijn taak niet goed uitgevoerd.
De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat het verzuim niet aan appellante kan worden tegengeworpen. Volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad dienen de gevolgen van het handelen of nalaten van derden in beginsel voor rekening te blijven van degene die de behartiging van zijn belangen aan die derden heeft toevertrouwd. De termijnoverschrijding is daarom niet verschoonbaar.
Het verzet moet ongegrond worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van verzet ziet de Raad geen aanleiding
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van
D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op
1 november 2011.
(get.) T.G.M. Simons
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
TM