ECLI:NL:CRVB:2011:BU3192
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Intrekking toeslag wegens wonen in Turkije strijdig met associatierecht EU-Turkije
Appellant, een Turkse onderdaan die in Nederland heeft gewerkt en arbeidsongeschikt is geworden, ontving een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW). Nadat hij naar Turkije was teruggekeerd, werd de toeslag op grond van de Wet beperking export uitkeringen (Wet BEU) vanaf 1 januari 2000 geleidelijk afgebouwd en uiteindelijk per 1 juli 2003 beëindigd.
Appellant stelde bezwaar en beroep in tegen deze afbouw en beëindiging. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, maar vernietigde het besluit. In hoger beroep stelde de Raad vast dat het hoger beroep niet-ontvankelijk was omdat het geschil over de afbouw niet meer relevant was. De Raad beoordeelde vervolgens inhoudelijk het besluit van 18 augustus 2003, waarin de toeslag per 1 juli 2003 werd beëindigd.
De Raad oordeelde dat de toeslag onder het toepassingsgebied van het associatierecht valt, met name het Besluit 3/80 van de Associatieraad EU-Turkije, en dat het Hof van Justitie heeft bevestigd dat Turkse onderdanen zich rechtstreeks op dit recht kunnen beroepen. Daarom mocht de toeslag niet worden beëindigd vanwege het wonen in Turkije. Ook een mogelijke ongelijke behandeling ten opzichte van EU-onderdanen vanaf 1 januari 2008 was niet van toepassing op appellant omdat zijn toeslag voor 1 juni 1992 was toegekend.
De Raad vernietigde het besluit voor zover de toeslag per 1 juli 2003 werd beëindigd en bepaalde dat het Uwv de toeslag moet blijven betalen zolang appellant aan de voorwaarden voldoet. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de toeslag per 1 juli 2003 wordt vernietigd wegens strijd met het associatierecht EU-Turkije.