ECLI:NL:CRVB:2011:BU3215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WIA-uitkeringsbesluit wegens ondeugdelijke medische grondslag bij paniekstoornis met agorafobie
Appellante, werkzaam als thuishulp, viel in september 2006 uit wegens psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde in juli 2008 vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees haar WIA-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medische onderzoek en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig waren.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name de paniekstoornis met agorafobie. De door de Raad ingeschakelde psychiater concludeerde dat deze stoornis ernstige beperkingen met zich meebrengt die niet verenigbaar zijn met regelmatige buitenshuis werkzaamheden. De Raad oordeelde dat het UWV-besluit geen deugdelijke medische grondslag heeft en vernietigde het besluit.
De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door de medische grondslag te herzien, eventueel gevolgd door een arbeidskundig onderzoek. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 november 2011.
Uitkomst: Het bestreden UWV-besluit wordt vernietigd wegens ondeugdelijke medische grondslag en het UWV wordt opgedragen dit binnen zes weken te herstellen.