ECLI:NL:CRVB:2011:BU3232
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- M.C. Bruning
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk ontslag wegens plichtsverzuim tijdens veegopdracht
Appellant, werkzaam als allround medewerker vegen bij de gemeente ’s-Gravenhage, kreeg op 23 oktober 2007 een disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag opgelegd wegens plichtsverzuim. Dit hield in dat hij binnen twee jaar geen identiek of vergelijkbaar ernstig plichtsverzuim mocht begaan.
Op 24 maart 2009 werd vastgesteld dat appellant tijdens een veegopdracht zonder aanvaardbare reden geruime tijd naast de bestuurder in de veegmachine zat in plaats van te vegen. Dit werd aangemerkt als plichtsverzuim vergelijkbaar met het eerdere vergrijp. Het college legde hem daarop ontslag op, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het plichtsverzuim toerekenbaar was en dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen. Er was geen aanleiding voor een onevenredigheidstoetsing of voor het toekennen van proceskostenvergoeding.
De uitspraak bevestigt daarmee de rechtmatigheid van het ontslagbesluit en de tenuitvoerlegging van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het ontslag wegens plichtsverzuim tijdens een veegopdracht.