ECLI:NL:CRVB:2011:BU3274
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep langdurigheidstoeslag wegens maatregel arbeidsverleden
Appellanten ontvingen sinds 1996 bijstand naar de gehuwdennorm. In 2004 werd een maatregel van de vierde categorie opgelegd wegens verwijtbaar verlies van arbeidsinkomsten, welke later gehandhaafd bleef. In 2008 werd hun aanvraag voor een langdurigheidstoeslag afgewezen omdat in de referteperiode een maatregel was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep stelde appellanten dat de maatregel alleen aan appellante was opgelegd en niet aan appellant, dat de aanspraak van appellant separaat moest worden beoordeeld, en dat er bijzondere omstandigheden waren vanwege medische vrijstellingen.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk was omdat zij geen partij was in het eerste geding. Voor appellant werd geoordeeld dat de maatregel ook aan hem werd toegerekend omdat zij samen bijstand ontvingen en de wettelijke systematiek geen separate beoordeling toestaat. De Raad verwierp het beroep op bijzondere omstandigheden en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en het hoger beroep van appellant is afgewezen, waarmee de afwijzing van de langdurigheidstoeslag wordt bevestigd.