ECLI:NL:CRVB:2011:BU3277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag bijstandsuitkering wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante ontving sinds 16 juli 2007 bijstand volgens de WWB. Het College trok deze bijstand met ingang van 10 oktober 2007 in omdat appellante niet had gemeld dat zij buiten de gemeente Almelo woonde en later een gezamenlijke huishouding voerde. Na bezwaar en beroep werden deze besluiten bevestigd.
Appellante diende vervolgens meerdere aanvragen om bijstand in, waaronder een aanvraag van 11 juni 2009 en een aanvraag van 16 juli 2009. Het College kende bijstand toe vanaf 5 juni 2009, maar wees de aanvragen voor de periode daarvoor af. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 10 februari 2010 ongegrond en vernietigde het besluit van 11 februari 2010, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven.
De Raad bevestigt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn om bijstand met terugwerkende kracht toe te kennen en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening van eerdere besluiten rechtvaardigen. De rechtbank heeft voor de verschillende perioden een juiste toetsingsmaatstaf toegepast. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvragen om bijstand wegens het ontbreken van bijzondere of nieuwe omstandigheden.