ECLI:NL:CRVB:2011:BU3315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor aflossing schuld inrichtingskosten
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten, maar had de huisraad al met een lening van zijn broer aangeschaft vóór de aanvraag. Het College wees de aanvraag af omdat het ging om bijstand voor schuldaflossing, waarvoor geen bijzondere bijstand wordt verleend zonder zeer dringende redenen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde aan dat zijn psychische problemen en het niet kunnen verkrijgen van een lening bij de gemeentelijke kredietbank zeer dringende redenen vormden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat het niet verkrijgen van een lening bij de kredietbank geen zeer dringende reden is. Daarom werd het hoger beroep afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor aflossing van een schuld werd terecht afgewezen wegens ontbreken van zeer dringende redenen.