ECLI:NL:CRVB:2011:BU3405

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6907 WWB-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat hij vanwege een verblijf in het buitenland niet op de hoogte was van de betalingsverplichting.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant weliswaar de uitnodiging tot het indienen van de gronden van het hoger beroep ontving, maar dat het op de weg van appellant lag om tijdens zijn verblijf in het buitenland de ontvangst en afhandeling van belangrijke poststukken te waarborgen. Er was geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.

De Raad oordeelde dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te staan en verklaarde het verzet ongegrond. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.

Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

10/6907 WWB-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 26 november 2010, 10/110 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul
Datum uitspraak: 1 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 7 juni 2011 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 heeft appellant verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 27 september 2011, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 7 juni 2011 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 4 februari 2011 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellant aangevoerd dat hij in verband met een verblijf in het buitenland niet wist dat hij griffierecht moest betalen voor het hoger beroep. Appellant heeft daarbij aangegeven dat hij bereid is het griffierecht alsnog te voldoen.
Nog daargelaten hoe deze stelling van appellant zich verhoudt tot het gegeven dat appellant de op dezelfde dag verzonden uitnodiging voor het indienen van de gronden van het hoger beroep wel heeft ontvangen, ligt het volgens vaste rechtspraak (ook) van de Raad op de weg van een betrokkene om kennisneming en afhandeling van (belangrijke) poststukken tijdens een verblijf in het buitenland mogelijk te maken. Dat heeft appellant niet gedaan. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.
Het wettelijke stelsel biedt geen ruimte om appellant een nieuwe termijn voor de betaling van het griffierecht te gunnen.
Voor een veroordeling in de proceskosten van verzet ziet de Raad ten slotte geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2011.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
JL