ECLI:NL:CRVB:2011:BU3405
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht, maar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde verzet in tegen deze beslissing, stellende dat hij vanwege een verblijf in het buitenland niet op de hoogte was van de betalingsverplichting.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat appellant weliswaar de uitnodiging tot het indienen van de gronden van het hoger beroep ontving, maar dat het op de weg van appellant lag om tijdens zijn verblijf in het buitenland de ontvangst en afhandeling van belangrijke poststukken te waarborgen. Er was geen sprake van omstandigheden die het verzuim konden rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat het wettelijke stelsel geen ruimte biedt om een nieuwe termijn voor betaling van het griffierecht toe te staan en verklaarde het verzet ongegrond. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet.
Uitkomst: Het verzet van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.