ECLI:NL:CRVB:2011:BU3418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing over ingangsdatum Wajong-uitkering wegens geen bijzondere omstandigheden
Appellant maakte bezwaar tegen de ingangsdatum van zijn Wajong-uitkering, die door het UWV werd vastgesteld op 3 juni 2007, een jaar voor zijn aanvraagdatum. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom hij niet eerder een aanvraag kon indienen.
In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische stoornis en het feit dat hij deel uitmaakt van een Turks gezin dat niet bekend is met sociale wetgeving, een bijzonder geval vormden waardoor hij eerder recht had op de uitkering. Hij voerde aan niet in staat te zijn geweest om de informatie over zijn ziekte te vertalen naar een tijdige aanvraag.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de beschikbare medische gegevens geen sprake was van zodanig onvermogen om tijdig een aanvraag in te dienen. Tevens bleek appellant in staat om met hulp van zijn broer andere uitkeringen aan te vragen. Onbekendheid met de wetgeving vormt volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheid. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft 3 juni 2007; geen bijzondere omstandigheden voor vervroeging.