ECLI:NL:CRVB:2011:BU3458
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen WWV-uitkeringsbesluit en afwijzing voorlopige voorziening
Verzoekster heeft het college aansprakelijk gesteld voor onrechtmatig handelen bij de toekenning van een WWV-uitkering en heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet was gericht tegen een besluit op bezwaar. Verzoekster erkent dit ook.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overweegt dat nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling van de hoofdzaak en dat het beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eerder heeft de Raad al geoordeeld dat het aanmelden van arbeidsongeschiktheid bij een niet-bevoegde instantie een handeling is en geen besluit in de zin van de Awb.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. De voorzieningenrechter wijst erop dat verzoekster zich met haar klacht tot de Nationale ombudsman kan wenden, maar dat deze geen onderzoek kan instellen naar gedragingen waarover al door een bestuursrechter is beslist. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.