ECLI:NL:CRVB:2011:BU3793

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6748 WUBO-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55, vijfde lid, AwbArt. 17 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij beroepschrift sociale verzekeringsbank

Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank, maar het beroepschrift werd niet tijdig ingediend. De Raad verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Appellante deed verzet tegen deze uitspraak en voerde aan dat haar broer het beroepschrift had opgesteld en verzonden, maar dat zij de brief niet had ontvangen.

De Raad onderzocht de omstandigheden, waaronder een staking bij TNT Post, maar oordeelde dat deze factoren geen verschoonbare reden vormen voor de termijnoverschrijding. De Raad stelde vast dat het beroepschrift pas na de uiterste datum van 7 december 2010 was ontvangen, namelijk op 13 december 2010. Appellante had onvoldoende actie ondernomen om tijdig te reageren.

Daarom werd het verzet ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien om appellante te veroordelen in de kosten van het verzet. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 november 2011.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding van het beroepschrift.

Uitspraak

10/6748 WUBO-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in verband met het geding tussen:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb)
Datum uitspraak: 4 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet van 10 mei 2011 heeft de Raad het beroep van appellante tegen het besluit van de rechtsvoorgangster van de Svb van 26 oktober 2010 niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 heeft appellante verzet gedaan.
Bij brief van 4 oktober 2011 heeft appellante de Raad bericht dat zij geen gebruik wenst te maken van de gelegenheid op een zitting te worden gehoord.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 mei 2011 berust op de overwegingen dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De laatste dag waarop tijdig een beroepschrift kon worden ingediend, was 7 december 2010. Vaststaat dat het beroepschrift op 13 december 2010 ter post is bezorgd. Dit betekent dat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is overschreden.
In het verzetschrift heeft appellante verklaard dat haar broer het beroepschrift heeft opgesteld en bij brief van 30 november 2010 aan haar heeft gezonden. Die brief heeft appellante niet bereikt. Appellante heeft bij het postkantoor geïnformeerd. Daar was de brief niet te vinden. Vervolgens heeft haar broer het beroepschrift op 12 december 2010 opnieuw opgesteld en aan appellante overhandigd. In de eerste helft van december 2010 heeft ook een staking bij TNT Post plaatsgevonden.
De Raad ziet hierin geen omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De broer van appellante heeft het beroepschrift niet bij aangetekende brief aan appellante gezonden. Die handelwijze komt voor risico van appellante. Niet duidelijk is geworden wanneer appellante bij het postkantoor heeft geïnformeerd. Indien dit voor het einde van de termijn was, had appellante nog tijdig maatregelen kunnen nemen maar heeft zij dit niet gedaan. Indien dit na het einde van de termijn was, heeft appellante te laat actie ondernomen. Dat TNT Post in de eerste helft van december 2010 enkele dagen heeft gestaakt, maakt niet dat het niet tijdig indienen van het beroepschrift niet aan appellante kan worden tegengeworpen.
Dit betekent dat het verzet ongegrond moet worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 november 2011.
(get.) T.G.M.Simons.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
KR