ECLI:NL:CRVB:2011:BU3905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis ondanks betwisting schadevergoeding
Appellante was werkzaam bij een werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die eindigde op 21 december 2006. Na beëindiging werkte zij als uitzendkracht en ontving zij een Ziektewet-uitkering van september 2007 tot augustus 2009. Zij vroeg vanaf 31 augustus 2009 een WW-uitkering aan, maar het UWV wees dit af omdat zij niet had voldaan aan de referte-eis van minimaal 26 gewerkte weken in de 36 weken voorafgaand aan werkloosheid.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij een schadevergoeding ontving die volgens de Regeling gelijkstelling niet-gewerkte weken met gewerkte weken gelijkgesteld moet worden, waardoor zij wel aan de referte-eis zou voldoen. De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs leverde dat zij een dergelijke vergoeding had ontvangen. De brief van de werkgever en andere stukken tonen geen uitbetaling van een schadevergoeding aan.
De Raad benadrukte dat het op appellante rust om met objectieve en controleerbare gegevens aan te tonen dat zij recht heeft op de WW-uitkering. Omdat zij geen aanvullende stukken kon overleggen, werd het beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WW-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.