ECLI:NL:CRVB:2011:BU4317
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-woonachtig zijn op uitkeringsadres
Appellante ontving bijstand sinds 1 mei 2002 en meldde een verhuizing naar een adres te Almere. Het College van burgemeester en wethouders stelde twijfel over haar woonplaats vast en startte een onderzoek met dossieronderzoek, huisbezoek en buurtonderzoek. Op grond hiervan trok het College de bijstand met ingang van 17 januari 2007 in en vorderde ten onrechte ontvangen bijstand terug.
Appellante voerde aan dat het huisbezoek zonder informed consent was verricht en dat zij wel woonachtig was op het uitkeringsadres of anders bij haar ouders, wat recht op bijstand zou geven. De Raad oordeelde dat er weliswaar geen informed consent was, maar dat het gebruik van de bevindingen niet onrechtmatig was omdat het College een redelijke grond had voor het huisbezoek. De Raad vond dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat zij woonachtig was op het uitkeringsadres of elders, en dat zij de inlichtingenverplichting had geschonden.
Verder wees de Raad de verzoeken tot nieuwe bijstandsaanvragen af omdat appellante niet had aangetoond dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden. Ook de terugvordering werd bevestigd omdat er geen dringende redenen waren om daarvan af te zien. De aangevallen uitspraken van de rechtbank Amsterdam werden bevestigd en de proceskosten werden niet aan appellante opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering worden bevestigd wegens niet-woonachtig zijn op het uitkeringsadres.