ECLI:NL:CRVB:2011:BU4616
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellant, werkzaam als chauffeur en medewerker in de tuinbouw, meldde zich ziek vanwege een operatie en klachten als vermoeidheid, allergie en astma. Na medisch onderzoek op 17 juli 2009 werd hij geschikt bevonden voor zijn werk, waarna het Uwv het recht op ziekengeld per 22 juli 2009 beëindigde. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat hij mogelijk depressief was en dat de rechtbank ten onrechte geen deskundige benoemde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en onderschreef het medisch oordeel dat appellant geschikt was. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, met name over de psychische belastbaarheid en de ingangsdatum van de uitkering.
De Raad overwoog dat het geschil beperkt was tot de vraag of het recht op ziekengeld terecht was beëindigd per 22 juli 2009. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts, die appellant geschikt achtte voor zijn eigen werk, ondanks bestaande aandoeningen. De psychiater had appellant pas na de datum in geding onderzocht en diens retrospectieve oordeel werd niet als voldoende bewijs gezien. Nieuwe medische gegevens werden niet overgelegd.
De Raad zag geen reden tot benoeming van een deskundige en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De ingangsdatum van de uitkering viel buiten het geschil. De uitspraak werd openbaar gedaan op 16 november 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld wordt beëindigd per 22 juli 2009.