ECLI:NL:CRVB:2011:BU4710
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen toekenning van bijstand met terugwerkende kracht wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellante verzocht bijstand op grond van de WWB met terugwerkende kracht voor de periode januari 2009 tot november 2009, nadat de gemeente Zandvoort haar bijstand had ingetrokken wegens vertrek naar een andere gemeente. Het College van burgemeester en wethouders van Haarlem wees de aanvraag af omdat bijstand niet met terugwerkende kracht wordt toegekend en er geen bijzondere omstandigheden waren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij zwervend was geweest en dat de gemeente Zandvoort achteraf had vastgesteld dat zij in Haarlem verbleef, wat bijzondere omstandigheden zou vormen. Tevens voerde zij aan dat geen sprake was van aflossing van een schuldenlast omdat een beroepsprocedure over het terugvorderingsbesluit nog liep.
De Raad oordeelde dat bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Van bijzondere omstandigheden was geen sprake, mede omdat appellante ten tijde van de periode ingeschreven stond op het adres van haar ouders. De lopende beroepsprocedure had geen schorsende werking op de terugvordering. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van bijstand met terugwerkende kracht bevestigd.