ECLI:NL:CRVB:2011:BU4779
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- H.C.P. Venema
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het buiten beschouwing laten van eindejaarsuitkering bij vaststelling wachtgeldgrondslag
Appellant was werkzaam bij het Bureau van de Provinciale Raad voor de Volksgezondheid en Maatschappelijke Dienstverlening in Utrecht en kreeg ontslag per 1 juli 1996 vanwege het opheffen van het bureau. Bij besluit van 25 april 1996 werd hem wachtgeld en een aanvullende uitkering toegekend volgens het Wachtgeldbesluit provincie Utrecht 1996. Appellant verzocht in 2008 om de eindejaarsuitkering mee te laten tellen in de grondslag van zijn wachtgeld en aanvullende uitkering, omdat hij meende dat dit voortvloeide uit afspraken uit 1996.
Gedeputeerde Staten wezen dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stond centraal of de eindejaarsuitkering terecht buiten beschouwing was gelaten. De Raad overwoog dat appellant vóór zijn ontslag geen aanspraak had op een eindejaarsuitkering en dat het Wachtgeldbesluit de bezoldiging definieert als het salaris plus vakantie-uitkering waarop men aanspraak had vóór ontslag. De indexering van het wachtgeld vindt plaats volgens CAO-loonontwikkelingen, maar dit betekent niet dat na ontslag ingevoerde looncomponenten zoals de eindejaarsuitkering worden toegevoegd.
De Raad concludeerde dat gedeputeerde staten terecht de eindejaarsuitkering niet hebben meegenomen in de grondslag van het wachtgeld en de aanvullende uitkering. Ook bij interpretatie van laatstelijk genoten loon in plaats van bezoldiging verandert dit oordeel niet. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eindejaarsuitkering terecht buiten de grondslag van het wachtgeld en de aanvullende uitkering is gelaten.