ECLI:NL:CRVB:2012:BV0781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over wachtgelduitkering en eindejaarsuitkering zonder inhoudelijke herbeoordeling
Appellant ontvangt sinds 1 januari 2000 een wachtgelduitkering op grond van het Rijkswachtgeldbesluit 1959. In april 2009 is een correctie doorgevoerd in de uitkering vanwege een verhoging van de nominale eindejaarsuitkering over 2008, resulterend in een nabetaling van €146,32 bruto. Appellant maakte bezwaar tegen deze specificatie, dat bij besluit van 1 februari 2010 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat de betaalspecificatie van april 2009 slechts een nieuw element bevatte met betrekking tot de doorwerking van de verhoging van de nominale eindejaarsuitkering. Appellant heeft tegen deze nabetaling geen gronden aangevoerd, waardoor de wijziging in stand blijft. Elementen die niet zijn gewijzigd, zoals de grondslag van de wachtgelduitkering en de doorwerking van de volledige nominale eindejaarsuitkering, kunnen niet opnieuw aan de orde worden gesteld.
De Raad stelt vast dat deze elementen reeds in een eerdere beroepsprocedure zijn behandeld en dat appellant tegen die uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld. Daarom was het oordeel van de rechtbank over de grondslag van de wachtgelduitkering ten onrechte inhoudelijk, en wordt dit voor verbetering aangenomen. De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak met deze verbetering en wijst het hoger beroep van appellant af. Er volgt geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van de gronden.