ECLI:NL:CRVB:2011:BU5107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering kinderbijslag en toekenning met terugwerkende kracht
Appellant, die in de jaren negentig vanuit Nederland naar Marokko vertrok met behoud van WAO-uitkering, vroeg kinderbijslag aan voor zijn kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze over de periode 2005-2006 omdat appellant niet verzekerd zou zijn geweest. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze weigering.
De Hoge Raad stelde in een arrest van mei 2011 dat voor de toepassing van artikel 27 van Pro KB 746 een theoretisch recht op kinderbijslag bepalend is, anders dan eerder geoordeeld. Naar aanleiding hiervan erkende de Svb met terugwerkende kracht het recht op kinderbijslag voor appellant vanaf het derde kwartaal 2005.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere besluit en verklaart het beroep gegrond. De Svb wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant. Appellant stemt in met het nieuwe besluit en verzoekt om vergoeding van de kosten. De Raad bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht terugbetaalt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot weigering kinderbijslag vernietigd en de Svb veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.