ECLI:NL:CRVB:2011:BU5118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over kinderbijslag en verzekeringsrecht na arrest Hoge Raad
Appellant, voormalig in Nederland werkzaam en woonachtig in Marokko, had een aanvraag ingediend voor kinderbijslag voor zijn drie kinderen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde deze toe te kennen over de periode van het derde kwartaal 2007 tot en met het vierde kwartaal 2008, omdat appellant volgens hen niet verzekerd was op grond van artikel 27 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring van verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Na het arrest van de Hoge Raad van 8 april 2011, waarin een theoretisch recht op kinderbijslag bepalend werd geacht, wijzigde de Svb haar standpunt en wees zij op een andere grondslag dat appellant over het vierde kwartaal van 1999 geen recht had op kinderbijslag omdat hij geen kinderen jonger dan 18 jaar had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de aangevallen uitspraak en het eerste besluit niet in stand kunnen blijven. Appellant heeft zijn rechten niet eerder veiliggesteld dan de datum van aanvraag. De Svb heeft terecht geoordeeld dat appellant niet voortgezet verzekerd was vanaf het eerste kwartaal 2000 en geen recht heeft op kinderbijslag voor de gevorderde periode. De Raad vernietigt de eerdere uitspraak, verklaart het beroep tegen het eerste besluit gegrond en tegen het tweede besluit ongegrond, en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste besluit wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd; het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard.