ECLI:NL:CRVB:2011:BU5587
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag bijstand en arbeidsverplichting zonder bijzondere omstandigheden
Appellante ontving bijstand vanaf oktober 2005, welke in augustus 2007 werd beëindigd wegens het niet verstrekken van informatie over haar verblijf. Een nieuwe aanvraag in oktober 2007 werd afgewezen om dezelfde reden. In juni 2008 vroeg zij opnieuw bijstand aan, met terugwerkende kracht, welke werd toegekend vanaf die datum met arbeidsverplichtingen.
Het College wees het bezwaar van appellante tegen de ingangsdatum en de weigering tot ontheffing van arbeidsverplichtingen af, omdat geen bijzondere omstandigheden waren vastgesteld en appellante niet had aangetoond niet te kunnen werken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij dakloos was, psychische klachten had en als zorgwekkende zorgmijder niet in staat was medische stukken te overleggen, waardoor het College nader onderzoek had moeten verrichten. Het College betwistte de aannemelijkheid van de medische beperkingen en stelde dat er geen aanleiding was voor nader onderzoek.
De Raad oordeelde dat het College voldoende onderzoek had gedaan, dat appellante niet onder medische behandeling was en dat de gestelde beperkingen niet aannemelijk waren gemaakt. Ook was niet gebleken dat appellante geen hulp van derden kon inschakelen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Vergoeding van schade werd afgewezen en proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd; bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend en ontheffing van arbeidsverplichting wordt geweigerd.