ECLI:NL:CRVB:2011:BU6004
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toepassing startersregeling bij dagloonberekening Ziektewet
Appellante, na afronding van haar universitaire studie in 2007, begon in augustus 2008 te werken en meldde zich in september 2008 ziek. Het UWV kende haar per 1 september 2009 een Ziektewetuitkering toe met een dagloon berekend op basis van het loon in het refertejaar (1 oktober 2007 tot 30 september 2008).
Appellante stelde dat zij als starter moest worden aangemerkt, waardoor het dagloon niet over 261 dagen, maar over het aantal daadwerkelijk gewerkte dagen zou moeten worden berekend. Zij verwees naar het gelijkheidsbeginsel en de bedoeling van de wetgever, omdat zij pas na de eerste volle maand van het refertejaar loon ontving, net als starters die onder de regeling vallen.
Het UWV en de Raad wezen dit af, stellende dat de tekst van artikel 6, eerste lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen duidelijk stelt dat starters uitsluitend degenen zijn die in de eerste volle maand van het refertejaar geen loon ontvingen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam en wees op de wetsgeschiedenis waarin de regeling bewust niet geldt voor wie reeds in de eerste maand loon ontving.
De Raad concludeerde dat appellante niet als starter kan worden aangemerkt en dat de dagloonberekening volgens de hoofdregel moet plaatsvinden. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante niet als starter kan worden aangemerkt en de dagloonberekening volgens de hoofdregel moet plaatsvinden.