ECLI:NL:CRVB:2011:BU6209
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als medewerkster thuiszorg, viel in juli 2007 uit wegens diverse klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk een WGA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%, maar na bezwaar van haar ex-werkgever werd dit besluit herzien. Een bezwaarverzekeringsarts stelde beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), waarna een bezwaararbeidsdeskundige functies aanwees die binnen deze beperkingen passen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het UWV voldoende medische en arbeidskundige grondslag had voor het besluit dat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en de functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medische onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychische en fysieke klachten onderschat waren.
De Raad oordeelde echter dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief overleg met de huisarts en dossierstudie, en dat de beperkingen in de FML juist waren vastgesteld. Er was geen medische onderbouwing voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De functies waren passend en het inkomensverlies was minder dan 35%. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV om geen WIA-uitkering toe te kennen wordt bevestigd.