ECLI:NL:CRVB:2011:BU6224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verstrekking bruikleenauto door UWV bevestigd
Appellant ontving in 1996 een bruikleenauto van GAK Nederland B.V., rechtsvoorganger van UWV, verstrekt op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. In 2007 besloot UWV de verstrekking van deze vervoersvoorziening te beëindigen, waarbij werd aangegeven dat de auto zou worden opgehaald. Appellant nam de auto over voor €1.500.
In 2009 verklaarde UWV het bezwaar van appellant gegrond, omdat volgens beleid bruikleenauto's uitgegeven vanaf 1995 na tien jaar worden ingenomen. De auto van appellant, uitgegeven in 1997, werd sinds 2001 alleen voor sociaal verkeer gebruikt en zou dus moeten worden ingenomen. Vanwege een fout bij GAK had de auto echter al in 1994 uitgegeven moeten worden, waardoor deze niet mocht worden ingenomen maar aan appellant geschonken. Het aankoopbedrag werd gerestitueerd, maar de bruikleenovereenkomst bleef beëindigd per 5 juni 2008, waardoor bijkomende kosten vanaf die datum voor appellant zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de beëindiging onterecht was omdat er geen gewijzigde omstandigheden waren en de auto niet in slechte staat verkeerde. De Raad oordeelde dat UWV handelde volgens een vaste, niet onredelijke gedragslijn en zelfs ten gunste van appellant afweek door de auto om niet over te dragen en een overgangstermijn van zes maanden te bieden. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een verdere afwijking rechtvaardigden.
De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat UWV de verstrekking van de bruikleenauto per 5 juni 2008 terecht heeft beëindigd.