ECLI:NL:CRVB:2011:BU6421
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag bij gehuwden met gezamenlijk inkomen boven bijstandsnorm
Appellanten, gehuwd en wonende te Landgraaf, ontvingen bijstand volgens de gehuwdennorm en vroegen een langdurigheidstoeslag aan voor 2009. Het Dagelijks Bestuur wees de aanvraag af omdat het inkomen van appellante in de referteperiode van 36 maanden voorafgaand aan 1 januari 2009 hoger was dan de bijstandsnorm. De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit en oordeelde dat het Dagelijks Bestuur de toeslag terecht had geweigerd vanwege het hogere inkomen in enkele maanden.
In hoger beroep voerden appellanten aan dat het inkomen op jaarbasis beoordeeld moet worden en dat het onredelijk is om inkomsten van vóór het samenwonen aan appellant toe te rekenen. De Raad verwierp deze gronden en bevestigde dat het begrip langdurig laag inkomen maandelijks moet worden beoordeeld, aansluitend bij de WWB-maandsystematiek. Tevens geldt dat bij gehuwden het gezamenlijke inkomen bepalend is, en een afzonderlijke beoordeling niet mogelijk is.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 8 november 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de langdurigheidstoeslag omdat het gezamenlijke maandinkomen van appellanten boven de bijstandsnorm lag.